Doel: hier kunt u per 1 april 2021 geen rechten meer aan ontlenen .


Een huurdersorganisatie of een huurdersbelangen organisatie overlegt regelmatig met Vechtdal Wonen. Meestal zijn zowel de directeur-bestuurder als de adjunct-directeur aanwezig. Deze overlegavonden vinden over het algemeen in een goede verstandhouding en een goede sfeer plaats. Maar nu zult U natuurlijk zeggen, "dat is allemaal mooi en prachtig maar wat betekent dit allemaal in de praktijk?" Op deze avonden is er meestal een bonte verzameling van agendapunten. Bij het onderdeel nieuws krijgt u een indruk van wat er allemaal de laatste tijd besproken is.


Een huurdersorganisatie of een huurdersbelangenorganisatie heeft inbreng in wat  met er met Vechtdal Wonen besproken word. Dat gebeurt onder meer op basis van de Wet Overleg huurders-verhuurder.


Een paar voorbeelden:


Begroting: Waar geeft Vechtdal Wonen zijn geld aan uit en hoe wordt dit gefinancierd?

Groot onderhoud: Waar vindt dit plaats en wat betekent dit voor de bewoners?

Renovatie: Moeten bewoners de woning uit en onder welke voorwaarden?

Sloop: Hoe zit het met terugkeermogelijkheden, verhuiskostenvergoedingen en aangebrachte verbeteringen?

Tuinen: Mag iedereen maar doen wat hij zelf wil?

Huurverhoging: Welk bedrag en waarom?

Het huren van een garage: wie komen daarvoor in aanmerking?

Ook maatschappelijke zaken komen aan de orde zoals de woonvisie samen met de Gemeente Hardenberg en andere instellingen zoals De Stuw e.d.

Verder praten zij met elkaar ook over nieuwbouwplannen voor nu en voor de toekomst. Het houdt natuurlijk niet op bij de huidige huurder, de volgende generatie heeft ook recht op onderdak. Een goed onderdak behoort tot de categorie eerste levensbehoeften.


Als organisatie kennen wij, en dat is allemaal in de statuten vastgelegd:

Informatierecht: Vechtdal Wonen moet (en doet dit ook) de huurdersorganisatie informeren o.a. bij het wijzigen van de statuten, bij het aangaan van een eventueel samenwerkingsverband en bij het ondernemingsplan, volkshuisvestingverslag en jaarverslag.

Adviesrecht: Hierbij kan de huurdersorganisatie advies uitbrengen. Dit advies hoeft niet altijd opgevolgd te worden, maar er wordt wel ernstig rekening mee gehouden. Dit gaat meestal over het beleid, woonruimteverdeling/toewijzingsbeleid, huurovereenkomst en bijbehorende voorwaarden en nieuwbouwbeleid in het algemeen.

Instemmingsrecht: Hierbij is het nodig dat er overeenstemming bereikt wordt tussen Vechtdal Wonen en de huurdersorganisatie. Denk hierbij aan het vaststellen of wijzigen van reglementen.


Wat is nu onze invloed op het beleid?


Een huurdersorganisatie bekijkt de voorstellen voor veranderingen van voorwaarden of renovatie of iets dergelijks. Ieder lid van de huurdersorganisatie kan zijn zegje over deze veranderingen van voorwaarden doen ongeacht of hij of zij er in zijn district er mee te maken krijgt. Dan wordt er per punt van verandering een conclusie getrokken. De voor en nadelen voor de huurder wordt op een rijtje gezet.

Er gaat een advies rapport  naar Vechtdal Wonen. Zij lezen dit rapport en rapporteren weer terug naar de huurdersorganisatie of zij de voorstellen acceptabel vinden.

Gaan zij en wij akkoord dan worden de voorstellen verwerkt en het beleid definitief gemaakt met daarin tevens vermeld dat wij achter deze veranderingen staan.


Natuurlijk gebeurt het wel eens dat niet alle leden unaniem achter een standpunt staan. In dat geval wordt er op een democratische wijze beslist hoe een bepaald voorstel tot verandering van het beleid er uit komt te zien. Eén ding staat steeds voorop: Wij zijn er voor de huurders en niet ter opluistering van Vechtdal Wonen. Wij staan voor de huurders van nu maar ook voor de huurders van de toekomst en dat is soms echt wel is lastig.


U hoeft geen lid te worden


Alle huurders van Vechtdal Wonen kunnen in principe gebruik maken van de diensten van de huurdersorganisatie. U hoeft dus geen lid te worden en geen bijdrage te betalen. Uw belangen ten aanzien van uw woning en de directe woonomgeving zijn bij de huurdersorganisatie Vechtdal Wonen altijd in goede handen!



De Wet overleg huurders-verhuurder (Wovh)


Verhuurders van woningen dienen minimaal eenmaal per jaar een vergadering uit te schrijven voor hun huurdersorganisatie(s). Vaker mag natuurlijk ook. De verhuurder legt in dat overleg verantwoording af over zijn activiteiten van het afgelopen jaar en bespreekt zijn plannen voor het komende jaar met zijn huurders. Dit is geregeld in de Wet overleg huurders-verhuurder (Wohv).


Onder “huurdersorganisatie” wordt dan verstaan “een vereniging of stichting die als doelstelling heeft de belangen van huurders van een bepaalde verhuurder te behartigen”. Een huurdersorganisatie kan zelf kiezen of zij een vereniging of een stichting wil zijn. 


De wet geeft huurdersorganisaties drie rechten:

•    recht op informatie; 

•    recht op overleg; 

•    recht op het geven van advies. 


Recht op informatie

De verhuurder is verplicht om een huurdersorganisatie op verzoek te informeren over zijn beleid voor de woningen waarvan de huurdersorganisatie de huurders vertegenwoordigt. Bij wijziging van het beleid moet de verhuurder de huurdersorganisaties daarover uit eigen beweging informeren.


Recht op overleg en advies 

Als de huurdersorganisatie dat wenst moet de verhuurder overleg over zijn beleid voeren met de huurdersorganisatie. Ook moet de verhuurder de huurdersorganisatie ten minste vier weken de gelegenheid geven schriftelijk advies uit te brengen. De verhuurder mag zijn plannen niet uitvoeren voordat de huurdersorganisatie overleg heeft kunnen voeren en advies heeft kunnen uitbrengen. Als de verhuurder wil afwijken van het advies van de huurdersorganisatie, moet hij binnen veertien dagen na ontvangst van het advies de huurdersorganisatie schriftelijk zijn redenen geven voor het afwijken van het advies.


Onderwerpen waarover de huurdersorganisatie kan overleggen en advies geven zijn:

De huurdersorganisaties hebben deze rechten over de volgende onderwerpen:

•    beleidsplannen die rechtstreeks te maken hebben met de betrokken woningen en de woonomgeving daarvan en 

•    beleidsplannen die rechtstreeks van invloed zijn op de woon- en leefsituatie van de betrokken huurders en die voor hen van wezenlijk belang kunnen zijn. 

•    Hieronder vallen onder andere het beleid voor:

•    het slopen van woningen; 

•    de huurprijzen; 

•    het onderhoud en beheer; 

•    de verhuur en toewijzing van woningen; 

•    het servicekostenpakket. 


Overleg en advies bij renovaties …

Vanaf 1 januari 2009 is het aantal onderwerpen waarbij de huurdersorganisatie moet worden betrokken flink uitgebreid. Feitelijk gaat het om alle onderwerpen waar de huurders een direct belang hebben. De onderwerpen die in de nieuwe wet zijn vastgelegd zijn:

•    fusies; 

•    renovaties; 

•    aan- en verkoopbeleid van de verhuurder; 

•    herstructurering en leefbaarheid in de buurt; 

•    huisvesting van ouderen, gehandicapten en personen die zorg nodig hebben; 

•    overeenkomsten over servicekosten; 

•    overeenkomsten over het beheer van de woningen; 

•    de lijn uit de uitspraken van de klachtencommissie van de verhuurder; 

•    de inzet van de verhuurder bij prestatieafspraken met de gemeente(n). 

Ook kan een verhuurder zijn beleid voor servicekosten niet aanpassen zonder instemming van de huurdersorganisaties.


Huurdersorganisaties en bewonerscommissies hebben het recht om onderwerpen op de overlegagenda te zetten. Ook hebben de overlegpartners (huurdersorganisaties, bewonerscommissies en de verhuurder) het recht om een deskundige voor het overleg uit te nodigen. 


Het recht op advies en overleg geldt niet uitsluitend voor huurdersorganisaties, maar kan ook gelden voor bewonerscommissies. Ze hebben alleen iets minder rechten dan huurdersorganisaties. Zij mogen niet meepraten over algemene plannen, maar alleen over specifieke plannen voor hun wooncomplex. Het gaat dan om onderwerpen als:

•    sloop en renovatie van de woningen; 

•    het huurprijzenbeleid; 

•    het servicekostenpakket; 

•    de leefbaarheid in de buurt; 

•    herstructurering van de buurt. 

Over al deze onderwerpen mogen huurdersorganisaties al meepraten.


Recht op overleg en advies van bewonerscommissies 

Ja. Bewonerscommissies krijgen vanaf 1 januari 2009 ook recht op overleg en van advies. Ze krijgen alleen iets minder rechten dan huurdersorganisaties. Zij mogen niet meepraten over algemene plannen, maar alleen over specifieke plannen voor hun wooncomplex. Het gaat dan om onderwerpen als:

•    sloop en renovatie van de woningen; 

•    het huurprijzenbeleid; 

•    het servicekostenpakket; 

•    de leefbaarheid in de buurt; 

•    herstructurering van de buurt. 

Huurdersorganisatie(s) mogen hier al over meepraten.


Adviestermijn

Huurdersorganisaties mogen de verhuurder adviseren over de onderwerpen waarover ze mogen meepraten. De adviestermijn voor een huurdersorganisatie of bewonerscommissie bedraagt vanaf 1 januari 2009 zes weken. Als de huurdersorganisatie of bewonerscommissie aan de verhuurder aangeeft over een onderwerp te willen overleggen, dan moet de verhuurder hen hiertoe binnen zes weken in staat stellen. Als de huurdersorganisatie of bewonerscommissie ook advies wil uitbrengen, moet ze dat binnen diezelfde zes weken doen. 

De verhuurder mag zijn plannen niet uitvoeren voordat de huurdersorganisatie of bewonerscommissie overleg heeft kunnen voeren en advies heeft kunnen uitbrengen.